Binnenkort start het zoveelste autosalon voor personenwagens, en dat zullen we geweten hebben. Gewoontegetrouw proberen handelaars elkaar de loef af te steken met de voordeligste prijzen en de nieuwste snufjes.
Meer dan ooit draait het autosalon dit jaar rond energiezuinige wagens. Stuk voor stuk geven fabrikanten de indruk dat we er goed aan doen een nieuwe wagen te kopen van hun merk want hiermee gaan we het milieu redden. Samen voor een mooiere Moeder Aarde.
Zorg voor het milieu geldt meer en meer als lokvogel. In reclamefolders dwarrelen groene lenteblaadjes uit de eens zo vervuilde uitlaat. De natuur fleurt helemaal op als je met je nieuwe wagen door het verlaten landschap rijdt. Je zou haast gaan denken dat de auto-industrie de wereld gered heeft. Frisse lucht nodig? Kom maar mee voor een ritje op de autosnelweg!
The future’s so bright, I gotta wear shades
Het doet me denken aan vroegere tijden, toen de milleniumwende nog veraf leek. In de jaren '50 en '60 droomde de mens van een gouden toekomst die werd mogelijk gemaakt door de voortschrijdende technologie. Het magische jaar 2000 stond symbool voor dit Technologisch Utopia. Ongetwijfeld zouden alle basisproblemen zijn opgelost. De mensen zouden vrolijk rondzweven in allerlei rijdende, glijdende en vliegende voertuigen, aangedreven door revolutionaire energievormen die we ons nog niet konden voorstellen. Scepticisme hieromtrent werd smalend weggelachen. Vooruit zou het gaan. Aan cultuurpessimisme had niemand een boodschap. Door een felroze bril zagen we de toekomst hoopvol tegemoet.
Als nietsvermoedende consument zou je bijna gaan geloven dat het nog uitgekomen is ook. Enorme bedragen worden gespendeerd om termen te bedenken die zowel milieuvriendelijk als sexy klinken. EcoPower technology met een hart voor het milieu; EcoDynamics-systemen met complimenten van de natuur; de nieuwe EcoNetic voor dynamisch en ecologisch rijplezier... Je kunt het zo gek niet bedenken of er bestaat wel een groene slogan voor.
Het zal niet voor vandaag zijn, zeker?
Nu ben ik de eerste om toe te geven dat autofabrikanten naarstig zoeken naar technieken om steeds zuiniger met energie om te springen. Als de oplossing ooit gevonden wordt, zal hij eerder van de autoproducenten zelf komen dan uit politieke hoek. Er zijn strenge Kyoto-normen en zwaar gemediatiseerde conferenties zoals die in Kopenhagen nodig om het politieke tij te keren, maar of dat werkelijk zoden aan de dijk zet, valt nog af te wachten. Uit winstbejag ontwerpen vooruitstrevende motorfabrikanten waarschijnlijk eerder een echt propere motor dan politici een echt afdoend akkoord bereiken.
Maar ondertussen zijn we het magische jaar 2000 al tien jaar gepasseerd. Ik heb nog altijd geen geluidsarme auto’s zien vliegen, de files worden er niet korter op en vervuiling is één van de grootste problemen die ons collectief bedreigen. Waarom lees ik daar niets over in de reclame? Mogen we zeggen dat die misschien een heel klein beetje misleidend is? De groene auto, jongens en meisjes, die is nog niet voor morgen.
Zeg dat Zigi het gezegd heeft.
woensdag 16 december 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
God ja, het is altijd makkelijk om nieuwe technologieën af te rekenen omdat ze niet meteen honderd procent effectief zijn. We leggen ons er maar beter bij neer dat in de omschakeling naar de groene economie niemand het warme water zal uitvinden. Een initiatief als de Prius is een tussenstap. Wat meer geduld hebben kan geen kwaad.
BeantwoordenVerwijderen